maandag 19 maart 2007

Gelezen

Verrassend interview met Filip Joos en zijn zus Ruth in Humo twee weken geleden. Zo openhartig als die twee zou ik nooit zijn in mijn antwoorden. In een blog of verhaal kan je als schrijver jezelf ook blootgeven, maar daar blijf je altijd baas. Jij beslist wat je brengt en vooral, hoe. Als het nodig is, kan je jezelf verstoppen achter de fictie die je schrijft.

Maar goed: het interview. Broerlief legt op de begeleidende foto beschermend zijn arm rond zus. Mooi, een vertederend beeld. Maar dan volgt de uitspraak: "Zo dicht zitten wij nooit bij elkaar." Geen knuffelaars, de Joosen. Maar wel schuchter, althans Filip:

Ik zou A.F.Th. Vander Heijden nooit durven interviewen. Ik durf die man zelfs geen handtekening te vragen, op Het Andere Boek heb ik mijn toenmalige vriendin daarvoor uitgestuurd.
Best een verlegen man, die Filip Joos. Hij kan zelfs de aanblik van zijn eigen gezicht op tv niet verdragen. Als hij in beeld komt, dekt hij zichzelf af met zijn handen: "Mijn stem heb ik ondertussen leren verdragen, maar mijn gezicht..."

Toch is hij zelfverzekerd, en dat mag ook, gezien zijn talent. Over zijn overvloedig knikken tijdens zijn interviews zegt hij het volgende:

Als je erop begint te letten, lijkt het soms grotesk, maar ik zal er niet mee ophouden, gewoon omdat ik ervan overtuigd ben dat mijn gesprekken dan ook minder goed worden. Dat ik er een beetje onnozel uitzie neem ik er probleemloos bij.

En dan komt het kind in Joos naar boven. Hij vindt het enorm jammer dat de VRT de uitzendrechten van de Champions League is kwijtgespeeld: "Ik heb gehuild, zelfs."

Het lijkt er zelfs op dat de sportjournalist heimwee heeft naar zijn verloren kindertijd. De melancholische blik op het verleden:

Als ik de Fixkes hoor zingen over hoe ze als kind gingen shotten tot het donker werd, in een kort sponzen broekje: dat ben ik, hé? En die tijd komt nooit meer terug. Ik ben echt bang voor de dag dat ik niet meer zal kunnen voetballen.


Oh ja, over melancholie gesproken. In de Canvasuitzending "Dag Boek" van november vorig jaar vertelde Joos over zijn eerste volwassen leesliefde: De Bekentenissen van Barney, van de Joods-Canadese schrijver Mordecai Richler. Filip werd toen zowaar poëtisch:

De humor is bijtend, slim, rebels en alomtegenwoordig, maar wat dit boek echt groots maakt, is de melancholie. Zelden mooier beschreven dan hier. Het lijkt contradictorisch, maar sla de laatste bladzijde om, en hij zit voor heel lange tijd onder uw huid. En in uw hart. Gegarandeerd.

De lente komt eraan. Misschien een idee, voor op het terras, in de zon. Het leven kan mooi zijn, met of zonder melancholie.

Geen opmerkingen: