vrijdag 30 maart 2007

Naar Parijs

Ernest Hemingway was 22 toen hij naar Parijs verhuisde. Jaren later schreef hij:
"If you are lucky enough to have lived in Paris as a young man, then wherever you go for the rest of your life, it stays with you, for Paris is a moveable feast."

Ik ben 22 en vertrek morgen naar Parijs. Niet om er te gaan wonen, gewoon om de toerist uit te hangen. Ik hoop er iets van Hemingways droevige geest terug te vinden, zijn romantische ziel, zijn melancholie. Hij was een eerder verlegen man toen hij in Parijs aankwam, iemand die eerder luisterde dan zelf te spreken. Net als ik. Morgen drink ik een glas op jouw gezondheid, Papa.

dinsdag 20 maart 2007

Als het leven zelf

Ik merk dat de laatste tijd sport deze blog binnensijpelt. Dat is niet de bedoeling. Maar is sport ook geen deel van het leven? Sport is emotie, en wat maakt een mensenleven tot een mensenleven? Precies: emoties.

Euforie en tranen, gebalde vuisten en hangende kopjes, geschreeuw en stilte. Topsporters balanceren voortdurend op de grens. Een middenweg bestaat niet, want buikgevoel valt op het sportveld niet te kanaliseren. Onversneden emotie, rauw en puur. Als het leven zelf.

maandag 19 maart 2007

Gelezen

Verrassend interview met Filip Joos en zijn zus Ruth in Humo twee weken geleden. Zo openhartig als die twee zou ik nooit zijn in mijn antwoorden. In een blog of verhaal kan je als schrijver jezelf ook blootgeven, maar daar blijf je altijd baas. Jij beslist wat je brengt en vooral, hoe. Als het nodig is, kan je jezelf verstoppen achter de fictie die je schrijft.

Maar goed: het interview. Broerlief legt op de begeleidende foto beschermend zijn arm rond zus. Mooi, een vertederend beeld. Maar dan volgt de uitspraak: "Zo dicht zitten wij nooit bij elkaar." Geen knuffelaars, de Joosen. Maar wel schuchter, althans Filip:

Ik zou A.F.Th. Vander Heijden nooit durven interviewen. Ik durf die man zelfs geen handtekening te vragen, op Het Andere Boek heb ik mijn toenmalige vriendin daarvoor uitgestuurd.
Best een verlegen man, die Filip Joos. Hij kan zelfs de aanblik van zijn eigen gezicht op tv niet verdragen. Als hij in beeld komt, dekt hij zichzelf af met zijn handen: "Mijn stem heb ik ondertussen leren verdragen, maar mijn gezicht..."

Toch is hij zelfverzekerd, en dat mag ook, gezien zijn talent. Over zijn overvloedig knikken tijdens zijn interviews zegt hij het volgende:

Als je erop begint te letten, lijkt het soms grotesk, maar ik zal er niet mee ophouden, gewoon omdat ik ervan overtuigd ben dat mijn gesprekken dan ook minder goed worden. Dat ik er een beetje onnozel uitzie neem ik er probleemloos bij.

En dan komt het kind in Joos naar boven. Hij vindt het enorm jammer dat de VRT de uitzendrechten van de Champions League is kwijtgespeeld: "Ik heb gehuild, zelfs."

Het lijkt er zelfs op dat de sportjournalist heimwee heeft naar zijn verloren kindertijd. De melancholische blik op het verleden:

Als ik de Fixkes hoor zingen over hoe ze als kind gingen shotten tot het donker werd, in een kort sponzen broekje: dat ben ik, hé? En die tijd komt nooit meer terug. Ik ben echt bang voor de dag dat ik niet meer zal kunnen voetballen.


Oh ja, over melancholie gesproken. In de Canvasuitzending "Dag Boek" van november vorig jaar vertelde Joos over zijn eerste volwassen leesliefde: De Bekentenissen van Barney, van de Joods-Canadese schrijver Mordecai Richler. Filip werd toen zowaar poëtisch:

De humor is bijtend, slim, rebels en alomtegenwoordig, maar wat dit boek echt groots maakt, is de melancholie. Zelden mooier beschreven dan hier. Het lijkt contradictorisch, maar sla de laatste bladzijde om, en hij zit voor heel lange tijd onder uw huid. En in uw hart. Gegarandeerd.

De lente komt eraan. Misschien een idee, voor op het terras, in de zon. Het leven kan mooi zijn, met of zonder melancholie.

zondag 18 maart 2007

Zondagochtend

Wat past er beter bij een druilerige zondagmorgen dan Jeff Buckley? Tijd om de man te herontdekken, leek me. Dus heb ik 'm maar opgelegd. De cd, niet de man zelf.

Joepie, een grapje, van Crappo the Clown. Kent u 'm, Crappo?

You always made me feel like I've won first prize, and don't you deserve better than this clown? This Crappo the Clown or whatever he calls himself.
Ik betwijfel of het goedkomt tussen ons. En of het, als het inderdaad zou foutlopen, niet mijn schuld zou zijn. Misschien doe ik te hard mijn best. Eén enkel stom gebaar van een derde, wellicht niet eens slecht bedoeld, en uw blogger slaat aan het dubben.

Het laatste wat ik nu wil, is twijfelen aan mezelf. Niet aan mijn liefde, die is echt, daar ben ik zeker van. Ik kijk uit het raam, zie de regen tegen de ruiten kletteren. Jeff Buckley begint aan zijn Last Goodbye:

This is our last goodbye, I hate to feel the love between us die. [...] Just hear this, and then I'll go: You gave me more to live for, more than you'll ever know.
Ik wil cynisch zijn, niet te veel hoop koesteren, maar mijn cynisme faalt. Hoop is slecht, ze doet (zogezegd) leven. Maar van de top van Mount Hope kan je diep vallen.

This is our last embrace, must I dream and always see your face? Why can't we overcome this wall?

Bij het minste woord aan haar denken, haar gezicht zien: ik ken het. Door het leven stappen met haar naam op je tong: ik ken het. En misschien beeld ik me in dat er een muur staat tussen haar en mij, terwijl die er helemaal niet is. Misschien maak ik het allemaal erger dan het werkelijk is.

En nu zwijg ik. Voor ik het nog erger maak. Op dit eigenste moment verschijnt buiten de zon.

Halfvier

Gedachte om halfvier 's nachts:

Ik dacht dat ik me slechts hoefde om te draaien om aan alles een einde
te maken.

(Albert Camus)

Ernest Hemingway had duidelijk een andere visie. Bij hem werd het zoiets als:

Het was genoeg het hoofd te laten zakken tot je huid en koud metaal elkaar raakten. Het was genoeg de vinger lichtjes te krommen en de ogen te sluiten. Genoeg om aan alles een einde te maken.

Of hoe de nacht existentiële twijfel bij me oproept. Als ik misluk in de liefde, word ik oorlogsjournalist.

donderdag 15 maart 2007

Vreugdekreten

Dit gebeurde gisteravond. Koude rillingen, vreugdekreten, vuisten in de lucht, een aanstekelijke glimlach. Een ontketende, heerlijk poëtische Filip Joos maakte het feest compleet:

"Dit is champagnevoetbal [...] Het beste Anderlecht van dit seizoen."

Of helemaal op het einde:

"Anderlecht verpulvert Genk."

Ja, ik geef het toe. Ik ben een stille genieter. Ik hou van voetbal, ik hou van RSC Anderlecht. De magie die mijn club in mijn kindertijd uitstraalde is verdwenen. De nerveuze spanning die ik als klein ventje voelde van zodra ik in de buurt van het stadion kwam, is in de plooien van mijn vroege jeugd blijven zitten. Maar dat diepe gevoel van de supporter zit voor altijd in mij. Vergeeft u me, ik kan niet anders.


De schoonheid van een splijtende pass met buitenkant voet, een hakje, een afgemeten voorzet, een sublieme passeerbeweging. Gisteren was het er allemaal. Voetbal werd Kunst. Geen mens die nu de glimlach van mijn lippen krijgt.

Insjallah

Herinnert u zich de eenzaamheid waar ik u een tijd geleden over sprak? Wel, die is verdwenen. Voorlopig. Niet dat haar antwoord me volledig heeft gerustgesteld, verre van, maar het verlangen is duidelijk uitgesproken.

Vreemd toch hoe persoonlijke geschiedenis zich herhaalt. Ik zit in een situatie die ik nog al heb meegemaakt, niet eens zo lang geleden. Toen is ze dramatisch afgelopen. Ik heb me eruit moeten losscheuren. Maar ik heb er wel een stuk van mezelf in achtergelaten, een zeker gemis, dat wel gesleten is, maar heel af en toe weer opspeelt.

Hopelijk eindigt het verhaal dit keer wel mooi. Andere vrouw, ander karakter, gelukkig maar. Misschien raak ik onder de beknellende laatste zin van The Great Gatsby uit: "And so we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past."

Ik wil alles doen om wat tussen haar en mij is gegroeid, te laten slagen, om van de "jij en ik" een "wij" te maken. Insjallah.

woensdag 7 maart 2007

Brel

Daarnet op de radio: het heerlijke Ne Me Quitte Pas van Jacques Brel. Pure melancholie. Zo puur, zo eenvoudig dat ik dit met u móet delen.

Ne me quitte pas
Il faut oublier
Tout peut s'oublier
Qui s'enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le cœur du bonheur
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Moi je t'offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas
Je creuserai la terre
Jusqu'après ma mort
Pour couvrir ton corps
D'or et de lumière
Je ferai un domaine
Où l'amour sera roi
Où l'amour sera loi
Où tu seras reine
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Ne me quitte pas
Je t'inventerai
Des mots insensés
Que tu comprendras
Je te parlerai
De ces amants-là
Qui ont vu deux fois
Leurs cœurs s'embraser
Je te raconterai
L'histoire de ce roi
Mort de n'avoir pas
Pu te rencontrer
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

On a vu souvent
Rejaillir le feu
D'un ancien volcan
Qu'on croyait trop vieux
Il est paraît-il
Des terres brûlées
Donnant plus de blé
Qu'un meilleur avril
Et quand vient le soir
Pour qu'un ciel flamboie
Le rouge et le noir
Ne s'épousent-ils pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Ne me quitte pas
Je ne vais plus pleurer
Je ne vais plus parler
Je me cacherai là
A te regarder
Danser et sourire
Et à t'écouter
Chanter et puis rire
Laisse-moi devenir
L'ombre de ton ombre
L'ombre de ta main
L'ombre de ton chien
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas.


Om stil van te worden.

zaterdag 3 maart 2007

Verlangen

's Avonds, soms zelfs overdag, speel ik een rolletje. Zoals een kameleon van kleur verandert om zich onherkenbaar te maken, verstop ik mezelf achter maskers. Ik hang de vrolijke frans uit, de clown, de energieke, de onbezorgde. Ik maak mezelf tot karikatuur.

Soms val ik uit mijn rol en reageer geprikkeld of verveeld. Soms zwijg ik. Niemand die het doorheeft. Alleen ik weet wat er aan de hand is, wat er diep achter mijn kleurige maskers verscholen zit. Het geeft je het gevoel alleen te staan, maar ook een zweem van opluchting: je vermijdt je zorgen tussen jou en de ander te plaatsen, als een muur, waarlangs het moeilijk praten is.

Ober, laat dus nog wat drank aanrukken, geef ons nog wat vrolijkheid! Maar tegelijk denk ik aan haar. Ik zie haar voor me, hoe ze is, hoe ik haar ken. Ik zie haar in de vermoeide glimlach van mijn neefje, in zijn blozende wangen, ja, zelfs in zijn warrige haren die boven het dekbed uitsteken. Ik dek hem verder toe en denk aan haar. Ik wil haar.