maandag 17 november 2008

De lijdensweg van Frank

'Mag dat niet, misschien?' Frank Raes knippert even met de ogen en herformuleert zijn vraag of Jeroen Simaeys zijn studies psychologie heeft gebruikt in de wedstrijd tegen Anderlecht. Nog tot drie keer toe antwoordt Bruggetrainer Jacky Mathijssen: 'Mag dat niet, misschien?'

Tuurlijk mag dat, en dat weet Jacky maar al te goed. En toch... De spreuk van Machiavelli, Exitus acta probat, het doel heiligt de middelen, zit in Mathijssen ingebakken, en blijkbaar slaat dat - uiteraard in opdracht van - over op Simaeys. De hele wedstrijd lang provoceerde hij Frutos, maakte venijnige overtredingen, stoorde en irriteerde.

Zo wachtte hij, net voor Frutos zijn eerste gele kaart kreeg, de Argentijn na een duel op en liep hem aan, terwijl Frutos gewoon kwam aangewandeld. 'En bij de tweede gele kaart liep hij geniepig weg en stond vanop een afstandje glimlachend toe te kijken hoe zijn tegenstander, die hij al de hele wedstrijd had uitgedaagd, in zijn val was getrapt. Na de rode kaart applaudisseerde hij zelfs ostentatief', zei radiojournalist Peter Vandenbempt in Studio 1.

Ook de reactie van de aanstoker na de wedstrijd was van bedenkelijk allooi. 'Na een duel lag Frutos op de grond en greep hij mijn been vast zodat ik viel: terecht rood dus. De scheidsrechter heeft dat goed gezien. Ik heb niets gedaan. Of het nodig was dat ik applaudisseerde bij zijn uitsluiting? Ach, hij is een erg irritante speler om tegen te spelen en dan vind je het niet erg als hij tenonder gaat in zijn eigen spel. Blijkbaar kon Frutos de mannelijke duels niet meer aan.'

Maar of de scheidsrechter dan niet de taak, nee de plicht heeft op te treden tegen provocaties, is een andere vraag. Volgens de reglementen van het voetbal wel. Net dat heeft Frank De Bleeckere nagelaten.

Volgens Kristof Windels, journalist bij De Morgen, gaat de verantwoordelijkheid van De Bleeckere zelfs verder dan alleen verzuim. 'Het leek [...] er zowaar op dat De Bleeckere de Argentijn zelf [het] eerste geel aannaaide. Eerst maakte hij Frutos duidelijk dat hij niet moest mekkeren. Twintig seconden later floot hij dan een fout van de Argentijn die er geen was. Een beslissing waarvan je zeker kon zijn dat de [...] spits zich erover zou opwinden.'

Co-commentator Eddy Snelders voor Sporza radio verwoordde het net na de wedstrijd erg treffend, misschien zonder het zelf ten gronde te beseffen. 'Toen Anderlecht heel dicht bij een tweede doelpunt kwam, heeft de scheidsrechter dat doelpunt verhinderd.'

Leugen
Was het opgezet spel, was het een wraakactie van een man die een mekkerende speler of een hele ploeg eens een lesje wou leren? Als dat het geval is, was er gisteren inderdaad maar één winnaar, zoals Ariël Jacobs beweerde.

Een subtiele manier van fluiten, een subtiele manier van antwoorden op de vragen na de wedstrijd. De Bleeckere loog over het incident waarvoor hij Frutos rood gaf. Zo beweerde hij voor het oog van de camera: 'Bij de tweede gele kaart zag ik twee spelers op de grond liggen, terwijl de bal weg was [klopt niet, jb]. Ik wist dat er iets kon gebeuren. Toen ik nog eens keek [klopt niet, De Bleeckere heeft alles gezien, draaide zelfs zijn gezicht naar het incident], zag ik dat Simaeys probeerde recht te staan [evenmin correct, Simaeys viel pas daarna], maar Frutos nam hem bij de benen en trok hem op de grond. Met die informatie heb ik besloten geel te trekken. Wat daarvoor gebeurd is, heb ik niet gezien.'

Dat Simaeys in de bewuste fase zijn knie tegen het hoofd van Frutos stoot en hij daarna nog op de arm van Frutos gaat staan, zag De Bleeckere dus blijkbaar niet. Toch was dat vanuit zijn postie wel goed te zien. Trouwens, Simaeys hoeft daar op dat moment niet te zijn, hij kan naast Frutos verderlopen.

Vraagtekens
Ieder weldenkend mens zou zich er plots vragen bij beginnen te stellen, ook Mbark Boussoufa: 'De Bleeckere mag dan internationale top zijn, maar als ik hem in sommige Belgische wedstrijden zie fluiten, mogen we daar wel vraagtekens bij zetten.'

Al zes jaar lang stapelt De Bleeckere in Belgische topmatchen de fouten op en niet alleen, maar toch vaak, in wedstrijden van Anderlecht. Dat zijn dikwijls geen grote flaters, maar die verkeerde beslissingen beïnvloeden wel telkens het verloop van de partij en dus ook de uitslag. Toch worden die fouten elke keer opnieuw met de mantel der liefde bedekt. De verzamelde sportpers, die doorgaans zo streng is voor refs, reageert er nauwelijks op. De scheidsrechterscommissie evenmin, want De Bleeckere is haast incontournable in Europa, dus zou het van scheidsrechtersbaas Robert Jeurissen nog erger zijn als hij zijn pupil publiekelijk zou afvallen.

Wraken?
Moet Anderlecht De Bleeckere dan wraken? Nee, hoegenaamd niet. Anderlecht zou hierdoor een precedent scheppen, dat een normaal voetbalklimaat onmogelijk zou maken en het al tanende respect voor scheidsrechters nog verder zou uithollen. Het zou de refs alleen maar onzekerder maken. Met nog meer blunders tot gevolg.

Hieronder een link naar de discussie in Studio 1. Let ook op de manier waarop Peter Vandenbempt Jacky Mathijssen op zijn plaats zet en de tegenaanval van Mathijssen:
http://www.sporza.be/cm/sporza.be/mediatheek/1.418016
(Foto Belga)

vrijdag 17 oktober 2008

Loslaten

'Herinner je je dat ik niet dans?'
Ze glimlachte. 'Jazeker.' Ik wist dat we allebei aan het hetzelfde dachten.
'Je was adembenemend die avond, in je zwarte kleedje, donkergrijze nylons en hoge hakken. Ik hield op slag nog meer van je.'
'En jij, jij was die vreemde jongen die daar stond te praten en keek hoe anderen dansten.'
'Ik ben nog altijd vreemd.' Ik glimlachte.
'Da's positief, toch? Zolang je maar geen vreemde bent, of toch niet voor mij.'
We zwegen en stonden daar, verloren, als op een halflege dansvloer.
'Kan ik je nu wel aan het dansen krijgen?'
Ik knikte. Toen ze haar armen om mijn middel sloeg, in haar schaars verlichte woonkamer, terwijl het nachtelijke geraas van de stad door het open raam naar binnen gleed, ging het over. Ik kon eindelijk loslaten.

dinsdag 2 september 2008

One dream

Ik kon de slaap moeilijk vatten. Elf dagen lang had ik geleefd voor maar één ding: een zo goed mogelijke Studio Peking op antenne krijgen. Nu was het over. De champagne zat nog in mijn lichaam, maar ik voelde hem niet. We waren een team, een sterk team. Karl, Cristophe, Carl, Thomas, Chris, Brigitte, Tine. Elke avond bespraken we wat goed en minder goed was. We lachten, en bakten croqueskes overdag.

Niet dat de verstandhouding met de rest van de redactie niet goed was, integendeel, er heerste iets magisch, alsof we met z'n allen in staat waren tot buitengewone prestaties. Iedereen werkte hard, aan hetzelfde grote project, en we wisten dat het goed zat. Toch was dat samenhorigheidsgevoel nauwelijks te vergelijken met wat in onze groep leefde. Meer nog dan Usain Bolt - de verbaasde blikken die we uitwisselden - de 4x100-meisjes of Tia Hellebaut - het oorverdovende gejuich - zal die sfeer me blijblijven.

Karl (Vannieuwkerke) was dé bepalende factor. De openheid tegenover de rest van de groep deed het, trok ons over de streep. Het was een eer met en voor hem te mogen werken, om zoveel vertrouwen en kansen te krijgen, ook van Cristophe. Kortjescarrousels, doorlezers, reactiestukken, een stuk op muziek... Carl en ik, de jonge 'honden' in het team, konden tonen wat we in onze mars hadden. Het voelde goed, de afsluitende vergadering. Ik denk dat iedereen in het kleine vertrek gepakt was. Je voelde dat hij het meende, alleen al aan de rust in zijn stem. En wat hij zei, wel, dat duwde een krop in je keel.

Toen ik die namiddag in mijn eentje de speech van Jacques Rogge aan het ondertitelen was, in de verlatenheid van de newscutterhoek, trof het me. Het waren de laatste uren. Straks zouden we champagne drinken, op een geslaagde veertiendaagse, en daarna uit elkaar gaan. Maar we zouden altijd de herinneringen hebben, als aan een triest maar o zo mooi lied, aan tranen die in ogen schitteren, niet van treurnis, maar van geluk. We hebben het gedaan. Wij hebben het gedaan.

dinsdag 15 juli 2008

Land zonder regering

Zo. Leterme I is niet meer. En dus zit dit arme land alweer zonder regering. Maar vergis u niet, leven in een land zonder regering is fun, bijna evenveel fun als leven in een land zonder flitspalen.

Heeft Leterme fouten gemaakt? Zeer zeker. Als hij in oktober bijvoorbeeld als een flinke grote broer Bart De Wever ter verantwoording had geroepen en, omdat De Wever niet inbond, uiteindelijk het kartel met de N-VA had opgeblazen, zou dat al heel wat goodwill gecreëerd hebben bij zijn vrienden Elio en Joëlle. Nu bleef hij zitten met dat jengelende kind aan zijn broekspijp.

Maar het minste wat je van Leterme kan zeggen, is dat hij het geprobeerd heeft. Hij heeft gedaan wat geen enkele 'normale' politicus doet: zich aan zijn verkiezingsbeloftes houden. Hij volhardde, met een hardnekkigheid en vastberadenheid die oneigen zijn aan een Vlaming.

Uiteraard waren zijn pogingen gedoemd om te mislukken. Met Waalse politici valt nu eenmaal niet te praten. Kijk maar naar de heisa die de burgemeesters in de faciliteitengemeentes creëren rond de Gordel. Hun hardnekkigheid is legendarisch, hun air negentiende-eeuws. En dan maar zeggen dat ze het ontslag van Leterme niet begrijpen, dat het voor hen "nochtans altijd mogelijk was om een akkoord te bereiken." Met muren kan je niet praten. Alleen gekken doen dat.

Maar wat de Walen niet lijken te beseffen, is dat ze door hun eeuwige "non", ook in hún vel snijden. Want als de Vlaamse economie niet draait, draait die van onze Waalse vrienden evenmin. Zo simpel kan het leven zijn.

En dus, zolang er geen echte staatshervorming is, zolang we niet als broeders naast elkaar kunnen leven, zonder arrogantie, zonder naijver, zonder te verwachten dat je broeder je een aardig deel van zijn vermogen schenkt, modderen we gewoon maar verder aan, zoals we al sinds 1830 aanmodderen.

Arme ziel die nu nog in rechtvaardigheid in dit land gelooft. Ze mogen het hebben, le plat pays. Ik verhuis. Het juiste tijdstip deel ik u nog mee.

maandag 7 juli 2008

And so we beat on...

Zij. Van alle mensen die in die stad rondliepen. Dat ik net haar moest terugzien. Een flits van diepblauw, haar gezicht, haar haren. Ze was nog niets veranderd, met haar smalle lippen en zwarte lange haren die dansten bij elke stap. Ze leek ongelukkig, nog altijd, opnieuw misschien. Ze liep enkele passen achter een lange, eerder magere man, die zich half omdraaide naar haar en met een duidelijk West-Vlaams accent snauwde: 'Waar blijf je nu toch weer, zeg?!'

Mario. Ik wist het zeker. Ze was weer bij hem en hij was dus nog geen haar veranderd.

Ik wilde haar helpen, zoals twee jaar geleden. Ze had me nauwelijks toegelaten tot het schimmenrijk waar ze toen in vertoefde, maar ik koesterde de momenten waarop ze het wel had gedaan. Haar stem die brak, onder de hoge bomen in de stadstuin, de tranen die opwelden in haar donkere reeënogen, mijn armen om haar heen.

Of dat gesprek, begin juli. Ze belde me op, vroeg of we konden praten. Over hoe ze was weggelopen van een feestje en op haar kot een stoel had gebroken, uit razernij, uit wanhoop. Ze besefte wat ze gedaan hadden, die vrienden van haar, toen hij plots, onaangekondigd, opdook. Diep vanbinnen besefte ze het. Maar ze aanvaardde het niet, aanvaardde niet dat ik, met de rust en het overzicht die afstand je biedt, haar wees op wat ze diep vanbinnen moét geweten hebben.

Toen we het gesprek afsloten, was niets opgelost. Als zij gelukkig was, was ik ook gelukkig, had ik haar enkele dagen tevoren nog gezegd. Ik at nauwelijks, sliep nauwelijks. Niet dat het ook maar enige zin had.

Die opeengeperste lippen, haar verlaten blik, terwijl ze die kerel volgde. Ik wilde haar helpen, zaterdagavond. Ik kon niet.

vrijdag 23 mei 2008

Halfduister

Soms lazen we in bed, half tegen elkaar aan, op onze rug, op onze buik, in stilte, tot een van ons in slaap viel. Meestal was ik dat.

Maar ik koesterde de momenten dat ik uit mijn boek opkeek en merkte dat zíj was ingedommeld. Ik legde mijn boek weg, nam het hare voorzichtig vantussen haar vingers of, als het tussen haar vingers door was gegleden, van de plek waar het was beland, en legde het bovenop het mijne.

Toen knipte ik het licht uit en keek naar haar, in het halfduister van de kamer, dat eigen is aan een stad vol neonlicht, eigen aan een stad die nooit volledig slaapt. Ik keek naar haar, haar ooit gebroken neus, de blauwe aders onder de doorschijnende, breekbare huid van haar slapen. Ik wilde mijn vingers op haar slaap leggen, net onder haar blonde haar, en de stroom van leven eronder voelen. Maar ik deed het niet. In plaats daarvan keek ik, naar de zachte deining van haar borst, de warme adem die tussen haar lippen gleed. Ik wilde haar wakker maken, met haar vrijen, in haar gedachten en in haar armen zijn en me, gebroken en verward door haar glimlach, aan haar overgeven. Maar ik deed het niet. Ik keek naar haar.

maandag 19 mei 2008

Tussen vrees en euforie: de bekerfinale door de ogen van een supporter


Spanning, nervositeit, euforie. Ik kan onmogelijk zeggen wat er nog allemaal in me omging toen ik gisterennamiddag de tribune van het Koning Boudewijnstadion opstapte. Het kwam allemaal terug, het verlangen, de trots, het voorzichtig langs knieën heen naar je plaats schuifelen, ondertussen je af en toe vasthouden aan een schouder, de muziek door de luidsprekers, het plastic stoeltje onder je zitvlak; ik was veel te lang weggeweest. Toen ik eindelijk neerzat, keek ik naar de zacht glooiende, hoge tribune rechts van me, die zich als een brede helling uitstrekte. De helling was paars en wit gekleurd, met die zacht mauve, haast purperen tint die alleen de zon eraan geeft. Een tifo met in het rood de letters RSCA gleed als vanzelf over de paars-witte massa. De tribunes leefden, ze zongen, een kwartier voor de match. Zowat 20.000 kelen die zich roerden, oorverdovend, suizend. Moeilijk daaraan te weerstaan.
De tribune recht voor me, aan de overkant, stond doodstil, maar blauw-wit geblokte vlaggen golfden heen en weer. Het grijzige wolkendek boven de tribune gleed steeds verder open. Alsof je in een open cocon vol leven zat, terwijl daarbuiten stilte heerste.

Ik liet mijn ogen over die andere brede tribune glijden. Ook daar een zee aan blauw-witte vlaggen.

Gent was beter in de eerste helft. Het deed pijn toen Foley al na zes minuten een schot van Ruiz binnengleed, net zoals het pijn deed toen het schot van Olufade afweek en in doel rolde. Het deed pijn de blauw-witten naar elkaar toe te zien lopen, terwijl het gejuich van de overkant je gedempt bereikt, jij die in de stilte zit.

De frustratie maakt zich meester van je, schakelt je kalmte uit. Je vloekt, bij elke nieuwe verre kruispass op Boussoufa die niet aankomt. Tijdens de rust vraag je je af wat het zal worden. Het hoeft niet, die muziek, je wil alleen zijn, je wil niemand horen, niemand zien. Was je maar thuisgebleven.

En toch. Je gunt het hen wel, die sympathieke Gentenaars. Je aanvaardt het, je begint te denken aan de sfeer voor de wedstrijd. Dat heb je toch gehad.

Na de rust wordt Vlcek vervangen door Chatelle. Hij brengt snelheid, hij brengt diepgang. Je voelt dat het kan.

Plots, Fadiga neemt aan, draait, trapt, tegen de paal. Voor een fractie van een seconde staat alles stil, je adem, je hart, de tijd. Dan herneemt alles weer.

Enkele minuten daarna, na weer een goede aanval van Gent, hoor je ergens rechts achter je 'Hassan, Hassan!', waarop iemand anders het overneemt, dan nog iemand links van je, en voor je het weet met 20.000 anderen de naam scandeert.

Dan komt hij erin. Hassan. Gevaarlijke wissel, Wasilewski eruit, een verdediger minder. En toch. Je voelt het. Er zit meer snee in het team, meer frivoliteit, meer onberekenbaarheid ook. Ze beginnen écht te voetballen.

Chatelle verovert de bal, hij gaat de lijn af, recht voor je neus, Polak wil de bal overnemen, maar Chatelle duwt hem weg. Chatelle zet voor. Aan de tweede paal staat Boussoufa vrij. De bal vertrekt van zijn hoofd en de bal draait tegen de netten. Je wordt gek, je wordt ongelooflijk gek, je hoort jezelf nog nauwelijks schreeuwen in het kabaal dat van de tribunes rolt, terwijl je de vuisten balt en met alles wat in je zit, dank zegt omdat je dit mag meemaken.

Twee minuten later is de rust nog maar net teruggekeerd als Hassan op diezelfde rechterflank als daarnet de bal aan de voet heeft en oprukt. De West-Vlaming achter je zegt voor de honderdste keer: 'Allez, Hassan, doe entwa, jongtje.' Hassan stuurt de bal over de verdediging. Boussoufa is dan al vertrokken en heeft een verdediger meegelokt, waardoor er centraal ruimte ontstaat. Boussoufa tikt de bal in één tijd met de hak naar Guillaume Gillet, die met rechts uithaalt. Je lichaam spant zich op, je bent zonder dat je het weet rechtgesprongen. De bal gaat richting linkerbenedenhoek en zet de netten bol. Je lichaam ontspant zich, je laat de spanning los, je schreeuwt het uit, opnieuw, de adrenaline en euforie kolken in je lichaam en vinden uitdrukking in je wilde gebaren. De West-Vlaming achter je valt tegen je aan, springt je bijna in je nek, je pakt hem vast en viert. Dan laat je los en viert nog wat meer.
(Foto's: sportwereld.be; sport.be; sportwereld.be)

donderdag 24 april 2008

Het middenveld van Constant

Anderlecht nam vandaag afscheid van meneer Constant. Constant Vanden Stock, de man die RSC Anderlecht groot heeft gemaakt, die voetbal kende als geen ander. Een gentleman ook, altijd beheerst, altijd rustig.

Ik zal nooit vergeten hoe Jan Mulder, een van Constants poulains, ooit zei: "Ooit kwam mijnheer Constant na een wedstrijd bij mij en ik vroeg hem: 'Wat vond je van de wedstrijd?'. Hij antwoordde: 'Mijn middenveld was niet zo goed vandaag', alsof hij last had van zijn maag (lacht)". Dàt was Constant Vanden Stock.

Vanmorgen stond er op de website van RSC Anderlecht in drie talen: Gesloten uit eerbied voor een groot man. Daaronder een schermvullende foto van hem, glimlachend, een vlag van zijn club op de achtergrond. De stilte die ervan uitging, die enkele woorden, dat zwarte kader, het paars en wit, en het minzame lachje van Constant, overmande je. Alleen stilte was op zijn plaats. En dankbaarheid.

zaterdag 19 april 2008

Goesting

Ik heb goesting. Goesting om reportages te schrijven over zaken die de gemiddelde mens nooit van zijn leven kan of zal beleven. Ervaren en laten ervaren. Ik bedoel: je ervaringen overbrengen alsof de lezer er zelf bij was. Hoe het voelt om door de modder te kruipen met de Special Forces bijvoorbeeld (althans voor een dag, een impressie is meer dan genoeg, dunkt me. U ziet, ik hou niet echt van modder).

Stop. Belachelijk voorbeeld. Of niet?

Serieus nu. Er rijpt al een jaar of twee het idee in me om voor een krant - u weet welke - naar Pamplona te trekken om er de feesten van San Fermín te coveren. Elk jaar halen beelden van de encierro, de stierenloop door de straten van de binnenstad, ook bij ons de journaals en de krantenkolommen. En elk jaar doet het merendeel van mijn landgenoten de stratenloop af als "iets voor gekken", richt zijn aandacht op het volgende item en denkt er verder niet over na.

Maar er zit meer achter dan alleen dwaasheid en waaghalzerij. Ik wil weten én overbrengen waarom die "gekken" het doen. Ik wil laten zien dat de San Fermínes ook nog zoveel meer zijn dan wat voor (of achter) een handvol stieren lopen. Zeven dolle dagen en zotte morgens, zeven dagen van euforie, voor de tristesse en de routineuze saaiheid van het leven weer toeslaan. De adem en de hoorns van de toros in je nek, de adrenaline, ook die van de matadors als ze zich klaarmaken voor het doden, het gejuich en de bedankingen van het publiek, de gezangen, de overvolle straten, bars en cafés achteraf. Even het leven in een stroomversnelling. San Fermín. Pamplona. Reportage.

vrijdag 29 februari 2008

Stilte

Ik heb u veel te lang links laten liggen, u veel te lang genegeerd. U riep en u riep, maar ik hoorde het niet. Uw stem ging verloren in de wind die door mijn leven raasde.

Ik ben stilte geweest, als de maan die alles overschouwt maar altijd haar afstand bewaart. Ik hulde mij in zwijgzaamheid, terwijl mijn leven vol was van woorden en beelden.

Ik heb ze neergeschreven, schrijf ze altijd op, maar niet hier. Ik heb u kwaad gedaan. Ik zal het goedmaken.

dinsdag 22 januari 2008

D+1

Om halftwee gistermiddag zag het er benauwd uit. Nog geen enkele pagina af, het was zoeken met de nieuwe typogrammen, rinkelende telefoons, hoofd- en andere redacteurs die druk heen en weer liepen. Maar we deden het. We deden het.

Om zes uur 's avonds was het leeuwendeel van de pagina's af. 'Lokeren' kon beginnen drukken.

Op het avondfeest hing een sfeer van trots en vrolijkheid. We hadden D-day overleefd. Het bier en de wijn vloeiden rijkelijk. Het walking diner was glamoureus, net zoals het hoorde. De desserten waren heerlijk. De speech van de grote baas was geïnspireerd.

Toen kwamen de witte mannetjes. Ze leken op die van Luminus, maar waren groter, véél groter. Ze deelden de eerste exemplaren van de nieuwe krant uit.

Vandaag, ondanks het slaaptekort, gingen we op ons elan door. We deden het opnieuw, lachend, serieus als het moest. Wij marcheren naar de toekomst.

First we take Manhattan, then we take Berlin.

zondag 20 januari 2008

D-1

D-day -1. Morgen is het zover. Morgen voelen we ons Berliners. Morgen.

De spanning stijgt. Heerlijk om dit mee te maken.