zaterdag 10 februari 2007

Samen sterk

Toen ik donderdagavond thuiskwam, vond ik een pakket bij mijn post. Op zich niet zo verwonderlijk, natuurlijk, ware het niet dat de afzender wellicht eerder geneigd is een postpakket op te sturen naar mijn huisgenoten dan naar uw nederige blogger. Binnenin vond ik kopies van artikels. Een begeleidend briefje maakte de inhoud ervan meteen duidelijk:
Hallo Jeroen,
Zoals beloofd in mijn laatste e-mail stuur ik u de (oude)
krantenartikels i.v.m. de Spaanse burgeroorlog op.

De formele toon van het briefje verraste me wat, moet ik zeggen. De afzender en ik kennen elkaar al bijna een decennium. Lang genoeg dus om de beleefdheidsvorm achterwege te laten. Ook wist ik niet over welke e-mail hij het had. Een e-mail naar mijn vader, bleek later.

In ieder geval, toen ik de tekst op het papiertje gelezen had, kon ik niet anders dan breed glimlachen. Zo'n twee weken geleden, op een moment dat ik met mijn hoofd nog volledig in de sfeer van Salvador zat, had ik een gesprek met een Spaanse vriendin. We praatten wat over het regime van Franco en hoe het de gedachten en levens van de Spanjaarden verwoestte. Plots begon mijn gesprekspartner te vertellen over haar overgrootvader. Hij woonde bij het begin van de Burgeroorlog in Andalusië en trok regelmatig naar de dorpen in de omgeving om er de kinderen te onderrichten. Een eenvoudige onderwijzer dus, die zich niet bepaald bezighield met politiek. En dat in een regio waar de anarchisten en communisten even makkelijk ontsproten als dat er de flamenco werd gedanst.

De geschiedenis van de rondtrekkende leraar trof me zo diep, dat ik besloot een verhaal over hem te schrijven. Toen ik dat plan voorlegde aan mijn Spaanse "bron", reageerde ze eerst verrast. Maar beetje bij beetje sijpelde het enthousiasme in haar. Ze vertelde me meer details over het leven van haar overgrootvader, betrok zelfs haar vader bij mijn plan. Vreemd genoeg was ook hij enthousiast. Al tijdens onze ontmoeting in juli vorig jaar bleek dat hij liever niet aan de Burgeroorlog en het daaropvolgende Francotijdperk herinnerd werd. Veel Spanjaarden klemmen ook nu nog liever de lippen op elkaar als het over die periode gaat. De pijn zit te diep.

Waarom de man toch besloot aan het project mee te werken, is me een raadsel. Misschien ziet hij mijn plan als het geschikte moment om een stukje van de tere waarheid naar buiten te brengen, een kans om buitenlanders te laten zien wat er decennia lang werkelijk gebeurd is achter het gordijn. Misschien wil hij me helpen als eerbetoon voor zijn vader, de zoon van de rondtrekkende onderwijzer. Of voor de hele familie, die zoveel jaren na dato nog altijd geen inzage krijgt in Franco's archieven. Wat ook de beweegredenen van de man zijn, alleen een grote "Muchas gracias" van mij is op zijn plaats.

Vorige week dan stelde zijn dochter voor dat we een gemeenschappelijke, Belgische vriendin zouden inlichten over het project. Die sprak erover met haar vader, met het postpakket tot gevolg.

Of hoe het levensverhaal van één eenvoudige man mensen samenbrengt. Knap.

Geen opmerkingen: