Jaren geleden, toen de winters nog bar waren en de straten gevuld met sneeuw, ging een vader met zijn kleine zoon sleeën. De vader trok de slee, over heuvels en door dalen, steeds verder, naar een bestemming die alleen hij kende. Het kostte hem moeite, want de zoon werd steeds zwaarder, maar de vader zette door, terwijl de kleine jongen lachte en kirde. Enige tijd later zweeg de zoon, maar zijn vader bleef doorgaan. Uiteindelijk bereikten ze hun bestemming. Ze stonden naast elkaar, vader en zoon, en keken uit over het dal. Toen zei de vader: “Nu moet je zelf de slee trekken.” De zoon, intussen groot geworden, keek zijn vader niet-begrijpend aan, maar deed het toch.
Jaren later besefte de zoon, die op zijn tocht heel wat moeilijkheden had gekend, dat ze in het niets verzonken bij de moeilijkheden die zijn vader had gekend om hem daar te krijgen waar hij begonnen was. Waarvoor dank, vader. Op jouw gezondheid.
vrijdag 28 december 2007
donderdag 22 november 2007
Bedrijfs-DNA
"We doen het uit passie voor de lezer." De man leunt wat achterover in zijn stoel, zijn linkerarm ligt losjes over de leuning van de stoel naast hem. "Dat bepaalt heel ons denken, hier. De passie voor de lezer. Het is de ziel van dit bedrijf, het DNA ervan."
Eén gedachte brandde op mijn lippen: Is dat niet wat iedere krant zegt? Niet helemaal. "Wij geven de lezer niet wat hij wil", gaat de man in de stoel voort. "We geven hem wel wat hij wil wéten, maar op een manier die wij belangrijk vinden." Met andere woorden, in de nieuwskeuze houden we de lezer in gedachten, maar in de vorm en de invalshoeken houden we vast aan de standaard die ons beroep ons voorschrijft. Zeg dus nooit meer dat we kranten maken voor het plebs, onnozele gazetten.
Een nieuw systeem, een nieuwe tijd. En ook al was ieder van ons erg sceptisch in het begin, we lijken ons ermee verzoend te hebben. Zoals een voetbalclub niet steeds even goed blijft draaien met dezelfde trainer, is ook in de journalistiek verandering nodig. It keeps us going, houdt ons enthousiasme gloeiend. Om het met de woorden van een oude voetbaltrainer te zeggen: "Sfeer ies goed". Nu nog schitterende kranten maken.
Eén gedachte brandde op mijn lippen: Is dat niet wat iedere krant zegt? Niet helemaal. "Wij geven de lezer niet wat hij wil", gaat de man in de stoel voort. "We geven hem wel wat hij wil wéten, maar op een manier die wij belangrijk vinden." Met andere woorden, in de nieuwskeuze houden we de lezer in gedachten, maar in de vorm en de invalshoeken houden we vast aan de standaard die ons beroep ons voorschrijft. Zeg dus nooit meer dat we kranten maken voor het plebs, onnozele gazetten.
Een nieuw systeem, een nieuwe tijd. En ook al was ieder van ons erg sceptisch in het begin, we lijken ons ermee verzoend te hebben. Zoals een voetbalclub niet steeds even goed blijft draaien met dezelfde trainer, is ook in de journalistiek verandering nodig. It keeps us going, houdt ons enthousiasme gloeiend. Om het met de woorden van een oude voetbaltrainer te zeggen: "Sfeer ies goed". Nu nog schitterende kranten maken.
zaterdag 13 oktober 2007
De glimlach van Goedele
"In Zwitserland is abortus toegestaan tot drie maanden na de zwangerschap..."Ik herinner me het journaaldebuut van Goedele Wachters, ergens begin september. In elk journaal dat ze sindsdien presenteerde, versprak ze zich een keer of drie. Elke keer loste ze dat op met een glimlach. Faut le faire.
Ik besef wat het is, op die stoel te zitten, in die helverlichte studio, je aandacht gericht op de woorden op de autocue, terwijl je in je oortje de regieaanwijzingen hoort, niet alleen die voor jou, ook voor de regieassistent in de studio. Ik weet wat het is, heb die wirwar van aanwijzingen vorig weekend nog ervaren vanaf de overkant, de regiekamer. Logisch dat Wachters zich naar eigen zeggen "nog niet voor 100% op haar gemak voelt in de presentatiestoel".
In ieder geval, met of zonder versprekingen, Wachters is een verademing voor het journaal. Het is de glimlach die het doet. Zelfrelativering trekt aan.
donderdag 11 oktober 2007
Woorden
All my life I've looked at words as though I were seeing them for the first time. (E.H.)
De ultieme verwondering; een schrijver.
zondag 30 september 2007
Voorbij
Aantrekking afstoting
als polen.
Ik, naderhand, te min.
Roestend,
rottend vlees.
Door haar hand-
gekerfde gedachten…
Lang geleden.
Ik slaag er nog steeds niet in
Haar weer aan te spreken.
als polen.
Ik, naderhand, te min.
Roestend,
rottend vlees.
Door haar hand-
gekerfde gedachten…
Lang geleden.
Ik slaag er nog steeds niet in
Haar weer aan te spreken.
maandag 17 september 2007
Jeroen Bernaer, eindredacteur
Dat ene moment waarop je de pen op het papier zet, je handtekening ziet verschijnen en je jezelf aan een droomjob bindt. En eindredacteur zijn bij Het Laatste Nieuws, dat is een droomjob. Vanaf nu, beste lezer, kan ik me aan u voorstellen als rasechte journalist. Geen stagiair meer, geen student, maar eindredacteur. Het voelt verdomd goed.
zondag 16 september 2007
Toen je de bergen zag
I
Je hoeft niet meer te lachen,
lieve schat,
drink je glas leeg.
Je voelt je beter
nu,
Terwijl ik bedenk
je ogen vol blauwe weemoed,
opkijkend in de nacht,
dat we dansten,
jij, sexy,
lichaamsvreugde,
en later,
verrukkelijk wervelend
in koud wintermiddaglicht op het perron.
Eens liet ik je de bergen zien,
Je sloeg je armen om me heen,
hield me
vast als een gevangene,
tot ik zonk
in meren van
door zout verdorde takken.
Het was toen dat je de bergen zag.
II
De maan komt op boven de stad,
terwijl ik dwaal door helverlichte lanen,
het kilbleke licht
van een droom,
maar erbuiten zweeft duisternis.
Ergens slaat een klok vijf uur,
ergens kotst een hond.
Deze stad kent de bergen niet.
Hier rusten doel noch identiteit,
als de man die ’s nachts wakker wordt
en ongemerkt zijn huis verlaat.
Midden in de stilte
en het kille licht
weerklinkt de gedachte aan
gebroken akkoorden uit een elektrische gitaar.
Niet jouw woorden, niet jouw stem.
Ik weet niet waar je gebleven bent.
III
Ik werd wakker op een vreemde plek.
De muziek was er luid,
de ritmes veranderden als de tijden,
als gemoedswisselingen
door de whiskey die ik drink,
dronken boeddha,
wachtend
tot jij terugkeert,
Kleine engel,
met je ogen vol weemoed.
Je had je vleugels verbrand,
tot ik je weer leerde vliegen,
in diepgeel februarilicht.
Het was toen dat je de bergen zag.
En mij vergat.
Drink je glas leeg,
lieve schat.
Je voelt je beter nu.
Je hoeft niet meer te lachen,
lieve schat,
drink je glas leeg.
Je voelt je beter
nu,
Terwijl ik bedenk
je ogen vol blauwe weemoed,
opkijkend in de nacht,
dat we dansten,
jij, sexy,
lichaamsvreugde,
en later,
verrukkelijk wervelend
in koud wintermiddaglicht op het perron.
Eens liet ik je de bergen zien,
Je sloeg je armen om me heen,
hield me
vast als een gevangene,
tot ik zonk
in meren van
door zout verdorde takken.
Het was toen dat je de bergen zag.
II
De maan komt op boven de stad,
terwijl ik dwaal door helverlichte lanen,
het kilbleke licht
van een droom,
maar erbuiten zweeft duisternis.
Ergens slaat een klok vijf uur,
ergens kotst een hond.
Deze stad kent de bergen niet.
Hier rusten doel noch identiteit,
als de man die ’s nachts wakker wordt
en ongemerkt zijn huis verlaat.
Midden in de stilte
en het kille licht
weerklinkt de gedachte aan
gebroken akkoorden uit een elektrische gitaar.
Niet jouw woorden, niet jouw stem.
Ik weet niet waar je gebleven bent.
III
Ik werd wakker op een vreemde plek.
De muziek was er luid,
de ritmes veranderden als de tijden,
als gemoedswisselingen
door de whiskey die ik drink,
dronken boeddha,
wachtend
tot jij terugkeert,
Kleine engel,
met je ogen vol weemoed.
Je had je vleugels verbrand,
tot ik je weer leerde vliegen,
in diepgeel februarilicht.
Het was toen dat je de bergen zag.
En mij vergat.
Drink je glas leeg,
lieve schat.
Je voelt je beter nu.
zaterdag 8 september 2007
De milde geste van Jef
Tussen Jef Geeraerts en mij komt het nooit goed. Niet dat ik hem persoonlijk ken, maar zijn en mijn opvattingen liggen even ver uit elkaar als die van Vlamingen en Walen over de toekomst van België. Wat ons verbindt, verdeelt ons.
Donderdagochtend verslikte ik me in mijn koffie toen mijn oog op het bericht viel. Archief van Jef Geeraerts verhuist naar Antwerpen (DS, 6-9-2007). Onze grote Congoganger heeft de oer-, herwerkte en definitieve versies van zijn werken 'overgedragen' aan het AMVC Letterenhuis in Antwerpen. En dat stemt de grote witte jager erg opgelucht. 'Mijn levenswerk is nu voor altijd thuis in mijn vaderstad Antwerpen,' zegt hij. Op zijn oude dag lijkt de grote avonturier een huismus te zijn geworden, verknocht aan zijn stad. Het lijkt wel een verbeterde versie van Hemingway: de macho die zijn kleine, pietluttige voorliefdes kan toegeven, mét de glimlach.
Ook in de act zelf doet Geeraerts beter dan Hemingway. Nog tijdens je leven je angstvallig bijgehouden materiaal ontsluiten, is iets waar Hemingway nooit in geslaagd is. Papa zou het ook niet gewild hebben. Maar Geeraerts staat daar boven. Hij komt als een goedmenende mecenas eigenhandig de dozen afleveren. Vanuit zijn ooghoeken zoekt hij de fo
tograaf. Hij glimlacht, overhandigt enkele dozen, en scoort. Het publiek vindt het enig en vooral de heren literatuurwetenschappers denken dat ze het groot lot gewonnen hebben. Een belangrijke auteur - en dat is hij, want alleen de manuscripten van belangrijke auteurs worden bewaard - doet afstand van zijn kladjes, tot meerdere eer en glorie van het literair onderzoek.
Dat Geeraerts voor zijn bereidwillige schenking ook nog eens geld krijgt, is natuurlijk mooi meegenomen voor hem. Al wilde Geeraerts het wel niet te ver drijven. 'Ik ben niet zo'n Reve die ook nog eens elke briefsnipper voor de geschiedenis wenst te bewaren of commercieel te ontsluiten. Dat vind ik niet eerlijk tegenover mijn intiemste vrienden.' Of hoe bescheidenheid de man even goed past als een ringbaardje en een opzichtige bril.
Toch wil ik niet staan roepen met een gezicht als de onschuld zelf. Iédere schrijver wil dat zijn archieven, zijn brieven en gedachtestromen, zijn kladversies, zijn punten en komma's worden bewaard. Iédere schrijver wil in een museum terechtkomen, iedere schrijver wil bemind worden, bestudeerd en herinnerd. Daarvoor schrijf je. Ook ik. Maar tijdens je leven je manuscripten wegschenken voor literair onderzoek en er met een uitgestreken gezicht nog geld voor krijgen ook? Hemingway draait zich om in zijn graf.
Donderdagochtend verslikte ik me in mijn koffie toen mijn oog op het bericht viel. Archief van Jef Geeraerts verhuist naar Antwerpen (DS, 6-9-2007). Onze grote Congoganger heeft de oer-, herwerkte en definitieve versies van zijn werken 'overgedragen' aan het AMVC Letterenhuis in Antwerpen. En dat stemt de grote witte jager erg opgelucht. 'Mijn levenswerk is nu voor altijd thuis in mijn vaderstad Antwerpen,' zegt hij. Op zijn oude dag lijkt de grote avonturier een huismus te zijn geworden, verknocht aan zijn stad. Het lijkt wel een verbeterde versie van Hemingway: de macho die zijn kleine, pietluttige voorliefdes kan toegeven, mét de glimlach.
Ook in de act zelf doet Geeraerts beter dan Hemingway. Nog tijdens je leven je angstvallig bijgehouden materiaal ontsluiten, is iets waar Hemingway nooit in geslaagd is. Papa zou het ook niet gewild hebben. Maar Geeraerts staat daar boven. Hij komt als een goedmenende mecenas eigenhandig de dozen afleveren. Vanuit zijn ooghoeken zoekt hij de fo
tograaf. Hij glimlacht, overhandigt enkele dozen, en scoort. Het publiek vindt het enig en vooral de heren literatuurwetenschappers denken dat ze het groot lot gewonnen hebben. Een belangrijke auteur - en dat is hij, want alleen de manuscripten van belangrijke auteurs worden bewaard - doet afstand van zijn kladjes, tot meerdere eer en glorie van het literair onderzoek.Dat Geeraerts voor zijn bereidwillige schenking ook nog eens geld krijgt, is natuurlijk mooi meegenomen voor hem. Al wilde Geeraerts het wel niet te ver drijven. 'Ik ben niet zo'n Reve die ook nog eens elke briefsnipper voor de geschiedenis wenst te bewaren of commercieel te ontsluiten. Dat vind ik niet eerlijk tegenover mijn intiemste vrienden.' Of hoe bescheidenheid de man even goed past als een ringbaardje en een opzichtige bril.
Toch wil ik niet staan roepen met een gezicht als de onschuld zelf. Iédere schrijver wil dat zijn archieven, zijn brieven en gedachtestromen, zijn kladversies, zijn punten en komma's worden bewaard. Iédere schrijver wil in een museum terechtkomen, iedere schrijver wil bemind worden, bestudeerd en herinnerd. Daarvoor schrijf je. Ook ik. Maar tijdens je leven je manuscripten wegschenken voor literair onderzoek en er met een uitgestreken gezicht nog geld voor krijgen ook? Hemingway draait zich om in zijn graf.
donderdag 30 augustus 2007
Descanse en paz, Antonio
Op het scherm licht in het rood een nieuw binnengekomen telex op. Het rood verraadt dat het dringend is. Het bericht bestaat maar uit een zin, maar hij blaast me omver. Antonio Puerta, footballplayer of Sevilla, dies after suffering heart attacks on the pitch on Saturday.De hele namiddag al waren er verontrustende telexberichten binnengekomen dat Puerta's toestand verslechterd was. Even was de gedachte bij me opgekomen dat hij het niet zou halen, maar ik schudde de gedachte van me af. Nu, met het in het rood oplichtende bericht, zag ik weer de beelden voor mijn ogen.
Puerta lag sinds zaterdagavond in het ziekenhuis. Hij werd in een kunstmatige coma gehouden. Enkele uren ervoor, tijdens de wedstrijd tegen Getafe, hurkte Puerta plots neer en viel bewusteloos op de grond. Zijn ploegmaats reageerden snel en vermeden dat Puerta zijn tong inslikte. Na een halve minuut kwam de speler weer bij bewustzijn en kon nog op eigen kracht het veld verlaten. In de kleedkamer kreeg hij een hartmassage, maar zijn hart stopte nog enkele keren met pompen. Een brancard reed zijn sterk verzwakte lichaam het stadion uit. Puerta was 22. In oktober zou hij vader worden.
Ik schud het hoofd en prevel: Descanse en paz, Antonio. Estoy contigo.
vrijdag 27 juli 2007
Revival
Ik heb geschreven en gedroomd. Ik heb gewerkt als een peerd. Ik heb geluierd en gelezen, ik heb dingen gezien en beleefd die uniek zijn, al was het maar omdat ik ze heb ervaren.
Ik heb vanalles gedaan, maar niet geblogd. Tijd dus om deze blog nieuw leven in te blazen. For blogging's sake. Voor mezelf, omdat ik niet anders kan dan mezelf uitdrukken, mijn verlangens, mijn inzichten, mijn obsessies en bokkige gedachtesprongen, mijn kleinzerigheid en angsten, mijn wilskracht, mijn vreugdes. Maar ook een beetje voor u, beste lezer. Dank u dat u er bent. Zonder u besta ik niet.
Ik heb vanalles gedaan, maar niet geblogd. Tijd dus om deze blog nieuw leven in te blazen. For blogging's sake. Voor mezelf, omdat ik niet anders kan dan mezelf uitdrukken, mijn verlangens, mijn inzichten, mijn obsessies en bokkige gedachtesprongen, mijn kleinzerigheid en angsten, mijn wilskracht, mijn vreugdes. Maar ook een beetje voor u, beste lezer. Dank u dat u er bent. Zonder u besta ik niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)