zaterdag 8 september 2007

De milde geste van Jef

Tussen Jef Geeraerts en mij komt het nooit goed. Niet dat ik hem persoonlijk ken, maar zijn en mijn opvattingen liggen even ver uit elkaar als die van Vlamingen en Walen over de toekomst van België. Wat ons verbindt, verdeelt ons.

Donderdagochtend verslikte ik me in mijn koffie toen mijn oog op het bericht viel. Archief van Jef Geeraerts verhuist naar Antwerpen (DS, 6-9-2007). Onze grote Congoganger heeft de oer-, herwerkte en definitieve versies van zijn werken 'overgedragen' aan het AMVC Letterenhuis in Antwerpen. En dat stemt de grote witte jager erg opgelucht. 'Mijn levenswerk is nu voor altijd thuis in mijn vaderstad Antwerpen,' zegt hij. Op zijn oude dag lijkt de grote avonturier een huismus te zijn geworden, verknocht aan zijn stad. Het lijkt wel een verbeterde versie van Hemingway: de macho die zijn kleine, pietluttige voorliefdes kan toegeven, mét de glimlach.

Ook in de act zelf doet Geeraerts beter dan Hemingway. Nog tijdens je leven je angstvallig bijgehouden materiaal ontsluiten, is iets waar Hemingway nooit in geslaagd is. Papa zou het ook niet gewild hebben. Maar Geeraerts staat daar boven. Hij komt als een goedmenende mecenas eigenhandig de dozen afleveren. Vanuit zijn ooghoeken zoekt hij de fotograaf. Hij glimlacht, overhandigt enkele dozen, en scoort. Het publiek vindt het enig en vooral de heren literatuurwetenschappers denken dat ze het groot lot gewonnen hebben. Een belangrijke auteur - en dat is hij, want alleen de manuscripten van belangrijke auteurs worden bewaard - doet afstand van zijn kladjes, tot meerdere eer en glorie van het literair onderzoek.

Dat Geeraerts voor zijn bereidwillige schenking ook nog eens geld krijgt, is natuurlijk mooi meegenomen voor hem. Al wilde Geeraerts het wel niet te ver drijven. 'Ik ben niet zo'n Reve die ook nog eens elke briefsnipper voor de geschiedenis wenst te bewaren of commercieel te ontsluiten. Dat vind ik niet eerlijk tegenover mijn intiemste vrienden.' Of hoe bescheidenheid de man even goed past als een ringbaardje en een opzichtige bril.

Toch wil ik niet staan roepen met een gezicht als de onschuld zelf. Iédere schrijver wil dat zijn archieven, zijn brieven en gedachtestromen, zijn kladversies, zijn punten en komma's worden bewaard. Iédere schrijver wil in een museum terechtkomen, iedere schrijver wil bemind worden, bestudeerd en herinnerd. Daarvoor schrijf je. Ook ik. Maar tijdens je leven je manuscripten wegschenken voor literair onderzoek en er met een uitgestreken gezicht nog geld voor krijgen ook? Hemingway draait zich om in zijn graf.

Geen opmerkingen: