zondag 30 september 2007

Voorbij

Aantrekking afstoting
als polen.
Ik, naderhand, te min.

Roestend,
rottend vlees.
Door haar hand-
gekerfde gedachten…
Lang geleden.

Ik slaag er nog steeds niet in
Haar weer aan te spreken.

maandag 17 september 2007

Jeroen Bernaer, eindredacteur

Dat ene moment waarop je de pen op het papier zet, je handtekening ziet verschijnen en je jezelf aan een droomjob bindt. En eindredacteur zijn bij Het Laatste Nieuws, dat is een droomjob. Vanaf nu, beste lezer, kan ik me aan u voorstellen als rasechte journalist. Geen stagiair meer, geen student, maar eindredacteur. Het voelt verdomd goed.

zondag 16 september 2007

Toen je de bergen zag

I
Je hoeft niet meer te lachen,
lieve schat,
drink je glas leeg.
Je voelt je beter
nu,

Terwijl ik bedenk
je ogen vol blauwe weemoed,
opkijkend in de nacht,
dat we dansten,
jij, sexy,
lichaamsvreugde,
en later,
verrukkelijk wervelend
in koud wintermiddaglicht op het perron.

Eens liet ik je de bergen zien,
Je sloeg je armen om me heen,
hield me
vast als een gevangene,
tot ik zonk
in meren van
door zout verdorde takken.
Het was toen dat je de bergen zag.


II
De maan komt op boven de stad,
terwijl ik dwaal door helverlichte lanen,
het kilbleke licht
van een droom,
maar erbuiten zweeft duisternis.
Ergens slaat een klok vijf uur,
ergens kotst een hond.

Deze stad kent de bergen niet.
Hier rusten doel noch identiteit,
als de man die ’s nachts wakker wordt
en ongemerkt zijn huis verlaat.

Midden in de stilte
en het kille licht
weerklinkt de gedachte aan
gebroken akkoorden uit een elektrische gitaar.
Niet jouw woorden, niet jouw stem.
Ik weet niet waar je gebleven bent.


III
Ik werd wakker op een vreemde plek.
De muziek was er luid,
de ritmes veranderden als de tijden,
als gemoedswisselingen
door de whiskey die ik drink,
dronken boeddha,
wachtend
tot jij terugkeert,

Kleine engel,
met je ogen vol weemoed.
Je had je vleugels verbrand,
tot ik je weer leerde vliegen,
in diepgeel februarilicht.

Het was toen dat je de bergen zag.
En mij vergat.

Drink je glas leeg,
lieve schat.
Je voelt je beter nu.

zaterdag 8 september 2007

De milde geste van Jef

Tussen Jef Geeraerts en mij komt het nooit goed. Niet dat ik hem persoonlijk ken, maar zijn en mijn opvattingen liggen even ver uit elkaar als die van Vlamingen en Walen over de toekomst van België. Wat ons verbindt, verdeelt ons.

Donderdagochtend verslikte ik me in mijn koffie toen mijn oog op het bericht viel. Archief van Jef Geeraerts verhuist naar Antwerpen (DS, 6-9-2007). Onze grote Congoganger heeft de oer-, herwerkte en definitieve versies van zijn werken 'overgedragen' aan het AMVC Letterenhuis in Antwerpen. En dat stemt de grote witte jager erg opgelucht. 'Mijn levenswerk is nu voor altijd thuis in mijn vaderstad Antwerpen,' zegt hij. Op zijn oude dag lijkt de grote avonturier een huismus te zijn geworden, verknocht aan zijn stad. Het lijkt wel een verbeterde versie van Hemingway: de macho die zijn kleine, pietluttige voorliefdes kan toegeven, mét de glimlach.

Ook in de act zelf doet Geeraerts beter dan Hemingway. Nog tijdens je leven je angstvallig bijgehouden materiaal ontsluiten, is iets waar Hemingway nooit in geslaagd is. Papa zou het ook niet gewild hebben. Maar Geeraerts staat daar boven. Hij komt als een goedmenende mecenas eigenhandig de dozen afleveren. Vanuit zijn ooghoeken zoekt hij de fotograaf. Hij glimlacht, overhandigt enkele dozen, en scoort. Het publiek vindt het enig en vooral de heren literatuurwetenschappers denken dat ze het groot lot gewonnen hebben. Een belangrijke auteur - en dat is hij, want alleen de manuscripten van belangrijke auteurs worden bewaard - doet afstand van zijn kladjes, tot meerdere eer en glorie van het literair onderzoek.

Dat Geeraerts voor zijn bereidwillige schenking ook nog eens geld krijgt, is natuurlijk mooi meegenomen voor hem. Al wilde Geeraerts het wel niet te ver drijven. 'Ik ben niet zo'n Reve die ook nog eens elke briefsnipper voor de geschiedenis wenst te bewaren of commercieel te ontsluiten. Dat vind ik niet eerlijk tegenover mijn intiemste vrienden.' Of hoe bescheidenheid de man even goed past als een ringbaardje en een opzichtige bril.

Toch wil ik niet staan roepen met een gezicht als de onschuld zelf. Iédere schrijver wil dat zijn archieven, zijn brieven en gedachtestromen, zijn kladversies, zijn punten en komma's worden bewaard. Iédere schrijver wil in een museum terechtkomen, iedere schrijver wil bemind worden, bestudeerd en herinnerd. Daarvoor schrijf je. Ook ik. Maar tijdens je leven je manuscripten wegschenken voor literair onderzoek en er met een uitgestreken gezicht nog geld voor krijgen ook? Hemingway draait zich om in zijn graf.

donderdag 30 augustus 2007

Descanse en paz, Antonio

Op het scherm licht in het rood een nieuw binnengekomen telex op. Het rood verraadt dat het dringend is. Het bericht bestaat maar uit een zin, maar hij blaast me omver. Antonio Puerta, footballplayer of Sevilla, dies after suffering heart attacks on the pitch on Saturday.

De hele namiddag al waren er verontrustende telexberichten binnengekomen dat Puerta's toestand verslechterd was. Even was de gedachte bij me opgekomen dat hij het niet zou halen, maar ik schudde de gedachte van me af. Nu, met het in het rood oplichtende bericht, zag ik weer de beelden voor mijn ogen.

Puerta lag sinds zaterdagavond in het ziekenhuis. Hij werd in een kunstmatige coma gehouden. Enkele uren ervoor, tijdens de wedstrijd tegen Getafe, hurkte Puerta plots neer en viel bewusteloos op de grond. Zijn ploegmaats reageerden snel en vermeden dat Puerta zijn tong inslikte. Na een halve minuut kwam de speler weer bij bewustzijn en kon nog op eigen kracht het veld verlaten. In de kleedkamer kreeg hij een hartmassage, maar zijn hart stopte nog enkele keren met pompen. Een brancard reed zijn sterk verzwakte lichaam het stadion uit. Puerta was 22. In oktober zou hij vader worden.

Ik schud het hoofd en prevel: Descanse en paz, Antonio. Estoy contigo.

vrijdag 27 juli 2007

Revival

Ik heb geschreven en gedroomd. Ik heb gewerkt als een peerd. Ik heb geluierd en gelezen, ik heb dingen gezien en beleefd die uniek zijn, al was het maar omdat ik ze heb ervaren.

Ik heb vanalles gedaan, maar niet geblogd. Tijd dus om deze blog nieuw leven in te blazen. For blogging's sake. Voor mezelf, omdat ik niet anders kan dan mezelf uitdrukken, mijn verlangens, mijn inzichten, mijn obsessies en bokkige gedachtesprongen, mijn kleinzerigheid en angsten, mijn wilskracht, mijn vreugdes. Maar ook een beetje voor u, beste lezer. Dank u dat u er bent. Zonder u besta ik niet.

zondag 6 mei 2007

Dozen en pijpen

"Ik stuur je een doos." Uw blogger keek vreemd op, zo vreemd dat de man schuin rechts van hem meteen vervolgde: "Een doos is een kader waarin je je stuk in lay-out kan zien." Ik knikte begrijpend.

Een halfuurtje later was het weer van dattem. "Valerie, we kunnen er misschien een kortje van maken voor in de pijp." De opeenvolging van kort en pijp deed mijn hersenen plots een short, of in schoon Vlaams ook wel bermuda, op mijn innerlijk netvlies verschijnen. Dan viel het intellectuele licht naar binnen. Geen eenkolommer, wel een kortje. Voor in de pijp dus.

Twee dagen bezig bij De Standaard en ik begin al te praten als een echte, uhum. Ik heb het gevoel dat ik ingewijd word in een geheim genootschap.

En oh ja, Bart Brinckman is naar het schijnt een keikop. En niet erg communicatief. Maar dat weet u niet van mij.

dinsdag 1 mei 2007

Chanson d'Automne

Vanuit de stilte
klinkt een piano op.
Verzonnen melodieën
als lichtgewicht tegengewicht
voor de regen.

Buiten, in het matte licht van zondagochtend,
buigen twee populieren zich naar elkaar toe,
verstrengeld,
als geliefden onder een straatlamp in de regen.
Il pleut sur Brest,
Il pleut, sans cesse, sur Brest.


Binnen in de stilte
tikt de piano voort,
op het ritme van een verlegen hartslag,
op het ritme van haar ogen,
haar haren, haar glimlach,
haar stem.

Binnen in de stilte
denk ik aan het meisje van hoogzomer.
Ze had ogen als geen ander,
als een blauwe droom,
verzachtend in de nacht,
lippen als de kersentuin
waar ze liep, in haar
jurkje en bruinverbrande benen,
warm onder de vingertoppen.

De kasseien werden gesproeid,
in wijnrood avondlicht,
winkeliers lieten hun rolluiken ratelend neer,
wisten het zweet van hun voorhoofd.

Binnen in het café
was het druk.
We vonden een tafeltje bij het raam.
Ik herinner me,
de rook van haar sigaret kringelde in haar haar.
Ze lachte.
Alsof er nooit een einde aan zou komen.

Buiten, op de natte kasseien van zondagochtend,
rilt een hond en huilt.
De populieren staan er nog.
Hoogzomer is lang voorbij.

zaterdag 28 april 2007

Nacht

Het is koel op de daken van de stad.
Vegen spreiden zich uit over de donkere lucht,
de maan zwijgend erin verzonken.

Vogels fluiten hun laatste, verkilde lied,
terwijl beneden de stad rilt
onder donsdekens,
in naakte eenzaamheid
naast zich
warmte en ruisend bloed zoekt.
Leven buigt zich naar elkaar toe,
heet en kloppend,
baant zich een weg naar nieuwe dromen,
leven in de knop.

Een man zit in een raam,
in het bleke licht
gebogen, als riet.
Uitkijkend over de daken van de stad,
ziet hij de rode glans in bruine haren,
draagt iemands hartslag in zijn lichaam,
proeft wijn op ademende lippen.

Hij sluit de ogen,
droomt zich
een dromenloze slaap.

maandag 9 april 2007

Ontwaken tussen boeken

Dicht bij de Notre-Dame van Parijs, eventjes de brug over naar de Linkeroever, bevindt zich een boekenwinkeltje, Shakespeare & Co. Aan de voorkant onooglijk klein -- je wandelt er voorbij als je niet oplet -- binnen net iets meer beweegruimte biedend dan de gemiddelde dwangbuis. Een hol waar de boeken het voor het zeggen hebben. De bezoekende mens is niet meer dan een accessoire, een noodzakelijk kwaad haast.

In dat hol woont een oude excentrieke Amerikaan, George Whitman. Zelfs hij, als eigenaar, moet plooien voor de boeken. Voor hij zijn kantoor kan betreden, moet hij een boek uit het rek nemen om bij de lichtschakelaar te kunnen.

Whitman heeft zijn Shakespeare & Co opgericht naar de gelijknamige boekenzaak annex bibliotheek van Sylvia Beach. Die zaak was een monument op de linkeroever. Tijdens het interbellum kwam de hele Angelsaksische literaire beau monde in Parijs er over de vloer. James Joyce, Ezra Pound, Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Robert McAlmon, D.H. Lawrence... Geen enkele schrijver die iets betekende, of wou betekenen, ontbrak.

De oorspronkelijke winkel in de rue de l'Odeon bestaat niet meer. In het pand is nu een Chinees restaurant gevestigd. Gelukkig was er dus George Whitman om het verhaal van Shakespeare en de zijnen voort te zetten. Naar eigen zeggen is Whitman trouwens familie van Walt, al hecht niet iedereen daar evenveel geloof aan. In ieder geval zit hij al sinds 1951 met het hoofd (en meer) tussen de boeken.

Maar Shakespeare and Company is méér dan een boekenwinkel. Terwijl je in een boek bladert, kan je rustig een kopje thee drinken als je wil. Of je kan er blijven slapen. Tussen de boeken, op de hoogste verdieping. Ontwaken moet er heerlijk zijn, je een gevoel geven als Alice in Wonderland. Opstaan met een boek, en met uitzicht op de Notre-Dame. Er bestaan ergere dingen in de wereld.

Shakespeare & Co
Rue de la Bûcherie 37
Openingstijden: elke dag van 12 tot 24u