zondag 6 mei 2007

Dozen en pijpen

"Ik stuur je een doos." Uw blogger keek vreemd op, zo vreemd dat de man schuin rechts van hem meteen vervolgde: "Een doos is een kader waarin je je stuk in lay-out kan zien." Ik knikte begrijpend.

Een halfuurtje later was het weer van dattem. "Valerie, we kunnen er misschien een kortje van maken voor in de pijp." De opeenvolging van kort en pijp deed mijn hersenen plots een short, of in schoon Vlaams ook wel bermuda, op mijn innerlijk netvlies verschijnen. Dan viel het intellectuele licht naar binnen. Geen eenkolommer, wel een kortje. Voor in de pijp dus.

Twee dagen bezig bij De Standaard en ik begin al te praten als een echte, uhum. Ik heb het gevoel dat ik ingewijd word in een geheim genootschap.

En oh ja, Bart Brinckman is naar het schijnt een keikop. En niet erg communicatief. Maar dat weet u niet van mij.

dinsdag 1 mei 2007

Chanson d'Automne

Vanuit de stilte
klinkt een piano op.
Verzonnen melodieën
als lichtgewicht tegengewicht
voor de regen.

Buiten, in het matte licht van zondagochtend,
buigen twee populieren zich naar elkaar toe,
verstrengeld,
als geliefden onder een straatlamp in de regen.
Il pleut sur Brest,
Il pleut, sans cesse, sur Brest.


Binnen in de stilte
tikt de piano voort,
op het ritme van een verlegen hartslag,
op het ritme van haar ogen,
haar haren, haar glimlach,
haar stem.

Binnen in de stilte
denk ik aan het meisje van hoogzomer.
Ze had ogen als geen ander,
als een blauwe droom,
verzachtend in de nacht,
lippen als de kersentuin
waar ze liep, in haar
jurkje en bruinverbrande benen,
warm onder de vingertoppen.

De kasseien werden gesproeid,
in wijnrood avondlicht,
winkeliers lieten hun rolluiken ratelend neer,
wisten het zweet van hun voorhoofd.

Binnen in het café
was het druk.
We vonden een tafeltje bij het raam.
Ik herinner me,
de rook van haar sigaret kringelde in haar haar.
Ze lachte.
Alsof er nooit een einde aan zou komen.

Buiten, op de natte kasseien van zondagochtend,
rilt een hond en huilt.
De populieren staan er nog.
Hoogzomer is lang voorbij.

zaterdag 28 april 2007

Nacht

Het is koel op de daken van de stad.
Vegen spreiden zich uit over de donkere lucht,
de maan zwijgend erin verzonken.

Vogels fluiten hun laatste, verkilde lied,
terwijl beneden de stad rilt
onder donsdekens,
in naakte eenzaamheid
naast zich
warmte en ruisend bloed zoekt.
Leven buigt zich naar elkaar toe,
heet en kloppend,
baant zich een weg naar nieuwe dromen,
leven in de knop.

Een man zit in een raam,
in het bleke licht
gebogen, als riet.
Uitkijkend over de daken van de stad,
ziet hij de rode glans in bruine haren,
draagt iemands hartslag in zijn lichaam,
proeft wijn op ademende lippen.

Hij sluit de ogen,
droomt zich
een dromenloze slaap.

maandag 9 april 2007

Ontwaken tussen boeken

Dicht bij de Notre-Dame van Parijs, eventjes de brug over naar de Linkeroever, bevindt zich een boekenwinkeltje, Shakespeare & Co. Aan de voorkant onooglijk klein -- je wandelt er voorbij als je niet oplet -- binnen net iets meer beweegruimte biedend dan de gemiddelde dwangbuis. Een hol waar de boeken het voor het zeggen hebben. De bezoekende mens is niet meer dan een accessoire, een noodzakelijk kwaad haast.

In dat hol woont een oude excentrieke Amerikaan, George Whitman. Zelfs hij, als eigenaar, moet plooien voor de boeken. Voor hij zijn kantoor kan betreden, moet hij een boek uit het rek nemen om bij de lichtschakelaar te kunnen.

Whitman heeft zijn Shakespeare & Co opgericht naar de gelijknamige boekenzaak annex bibliotheek van Sylvia Beach. Die zaak was een monument op de linkeroever. Tijdens het interbellum kwam de hele Angelsaksische literaire beau monde in Parijs er over de vloer. James Joyce, Ezra Pound, Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Robert McAlmon, D.H. Lawrence... Geen enkele schrijver die iets betekende, of wou betekenen, ontbrak.

De oorspronkelijke winkel in de rue de l'Odeon bestaat niet meer. In het pand is nu een Chinees restaurant gevestigd. Gelukkig was er dus George Whitman om het verhaal van Shakespeare en de zijnen voort te zetten. Naar eigen zeggen is Whitman trouwens familie van Walt, al hecht niet iedereen daar evenveel geloof aan. In ieder geval zit hij al sinds 1951 met het hoofd (en meer) tussen de boeken.

Maar Shakespeare and Company is méér dan een boekenwinkel. Terwijl je in een boek bladert, kan je rustig een kopje thee drinken als je wil. Of je kan er blijven slapen. Tussen de boeken, op de hoogste verdieping. Ontwaken moet er heerlijk zijn, je een gevoel geven als Alice in Wonderland. Opstaan met een boek, en met uitzicht op de Notre-Dame. Er bestaan ergere dingen in de wereld.

Shakespeare & Co
Rue de la Bûcherie 37
Openingstijden: elke dag van 12 tot 24u

zondag 8 april 2007

Liefde voor het licht

Duiven op kasseien, lantaarnpalen en rode of groene luiken en luifels. Hard zonlicht, diepe schaduwen die vervagen aan de randen. Nergens is het ochtendlicht zo fris als in Parijs. Het draagt een belofte in zich, van nieuwe mogelijkheden voor de dag, als de spanning die geliefden voelen voor ze elkaar terugzien.

Het was druk die morgen op het Place du Tertre in Montmartre. Schilders brachten kleur aan. Koppels kusten. Een kunstgalerij bood onbetaalbare tekeningen van Dalí en Picasso aan. Mannen discussieerden op een terrasje bij een café au lait. Op een pleintje verderop lazen twee geliefden, tegen elkaar geleund op een bankje in de zon, samen een boek. Om hen heen trok de dag zich op gang. Schaduwen zouden verkleinen, de zon zou vol en warm worden. Maar op dat uur was er enkel die stille tevredenheid te merken in het zonlicht, als de glimlach van een mooie vrouw. Die zondagochtend in Montmartre draag ik in mijn hart, neem ik mee, als de stem van Papa Hemingway.

Ik heb Hemingway niet echt gevonden aan de oevers van de Seine. Het was alsof hij in de muren van de stad was verdwenen, verstopt, als in de plooien van een laken. Ik leek zijn aanwezigheid niet te kunnen oproepen. Niet in de lanen, niet in de cafés en bars, niet in de Pernods die hij dronk of de worst met mosterd en aardappelsla die hij at. Wellicht vond ik hem zo moeilijk doordat ik noodgedwongen zíjn Linkeroever letterlijk bijna volledig links heb laten liggen. Maar de Left Bank komt nog. Ik bewaar hem voor de volgende keer.

Alleen in de steegjes van Montmartre en onder de art-nouveaubogen van de Eiffeltoren heb ik Papa's hand op mijn schouder gevoeld. Zijn liefde voor de stad sijpelde in me, vulde de leegheid die ik de dag voordien even had gevoeld. En dat op plaatsen die maar een voetnoot vormen in Hemingways geschriften.

Maar in ieder geval werd ik verliefd, op het licht, de kasseien, de huizen en luiken, de neorenaissancegebouwen, de Arcs, het staal van Eiffel, de bruggen van de Seine, de steegjes en lanen. Ook al blijft Sevilla de liefde van mijn leven, in Parijs heb ik een stukje van mezelf achtergelaten. Wat Ze ermee doet, is niet zo belangrijk. Plots begreep ik Michael Palin en Hemingway, deelde hun bewondering, mannen onder elkaar. Terwijl ik me klaarmaakte voor vertrek, dacht ik aan wat Palin ooit schreef:
As we prepare to leave Paris I have the same feelings I always have when I leave Paris. I have been happy here and I'm full of admiration for this well-run city and the way it respects and displays it heritage of antiquity, elegance and culture. But Paris is impossible to thank. It will not soften and allow itself to be hugged around the shoulder as you say goodbye.

Terwijl ik de straat oversteek, zie ik een wat oudere Hemingway, zittend aan een tafeltje bij een raam, potlood in de hand, gebogen over het papier:

Paris was a fine place to be quite young in and it is a necessary part of a man's education... But she is like a mistress who does not grow old and she has other lovers now.

In het zacht verglijdende licht van de avond kom ik bij het Gare du Nord. Bij de deur draai ik me nog even om en denk: "A la prochaine, Paris, à la prochaine."

vrijdag 30 maart 2007

Naar Parijs

Ernest Hemingway was 22 toen hij naar Parijs verhuisde. Jaren later schreef hij:
"If you are lucky enough to have lived in Paris as a young man, then wherever you go for the rest of your life, it stays with you, for Paris is a moveable feast."

Ik ben 22 en vertrek morgen naar Parijs. Niet om er te gaan wonen, gewoon om de toerist uit te hangen. Ik hoop er iets van Hemingways droevige geest terug te vinden, zijn romantische ziel, zijn melancholie. Hij was een eerder verlegen man toen hij in Parijs aankwam, iemand die eerder luisterde dan zelf te spreken. Net als ik. Morgen drink ik een glas op jouw gezondheid, Papa.

dinsdag 20 maart 2007

Als het leven zelf

Ik merk dat de laatste tijd sport deze blog binnensijpelt. Dat is niet de bedoeling. Maar is sport ook geen deel van het leven? Sport is emotie, en wat maakt een mensenleven tot een mensenleven? Precies: emoties.

Euforie en tranen, gebalde vuisten en hangende kopjes, geschreeuw en stilte. Topsporters balanceren voortdurend op de grens. Een middenweg bestaat niet, want buikgevoel valt op het sportveld niet te kanaliseren. Onversneden emotie, rauw en puur. Als het leven zelf.

maandag 19 maart 2007

Gelezen

Verrassend interview met Filip Joos en zijn zus Ruth in Humo twee weken geleden. Zo openhartig als die twee zou ik nooit zijn in mijn antwoorden. In een blog of verhaal kan je als schrijver jezelf ook blootgeven, maar daar blijf je altijd baas. Jij beslist wat je brengt en vooral, hoe. Als het nodig is, kan je jezelf verstoppen achter de fictie die je schrijft.

Maar goed: het interview. Broerlief legt op de begeleidende foto beschermend zijn arm rond zus. Mooi, een vertederend beeld. Maar dan volgt de uitspraak: "Zo dicht zitten wij nooit bij elkaar." Geen knuffelaars, de Joosen. Maar wel schuchter, althans Filip:

Ik zou A.F.Th. Vander Heijden nooit durven interviewen. Ik durf die man zelfs geen handtekening te vragen, op Het Andere Boek heb ik mijn toenmalige vriendin daarvoor uitgestuurd.
Best een verlegen man, die Filip Joos. Hij kan zelfs de aanblik van zijn eigen gezicht op tv niet verdragen. Als hij in beeld komt, dekt hij zichzelf af met zijn handen: "Mijn stem heb ik ondertussen leren verdragen, maar mijn gezicht..."

Toch is hij zelfverzekerd, en dat mag ook, gezien zijn talent. Over zijn overvloedig knikken tijdens zijn interviews zegt hij het volgende:

Als je erop begint te letten, lijkt het soms grotesk, maar ik zal er niet mee ophouden, gewoon omdat ik ervan overtuigd ben dat mijn gesprekken dan ook minder goed worden. Dat ik er een beetje onnozel uitzie neem ik er probleemloos bij.

En dan komt het kind in Joos naar boven. Hij vindt het enorm jammer dat de VRT de uitzendrechten van de Champions League is kwijtgespeeld: "Ik heb gehuild, zelfs."

Het lijkt er zelfs op dat de sportjournalist heimwee heeft naar zijn verloren kindertijd. De melancholische blik op het verleden:

Als ik de Fixkes hoor zingen over hoe ze als kind gingen shotten tot het donker werd, in een kort sponzen broekje: dat ben ik, hé? En die tijd komt nooit meer terug. Ik ben echt bang voor de dag dat ik niet meer zal kunnen voetballen.


Oh ja, over melancholie gesproken. In de Canvasuitzending "Dag Boek" van november vorig jaar vertelde Joos over zijn eerste volwassen leesliefde: De Bekentenissen van Barney, van de Joods-Canadese schrijver Mordecai Richler. Filip werd toen zowaar poëtisch:

De humor is bijtend, slim, rebels en alomtegenwoordig, maar wat dit boek echt groots maakt, is de melancholie. Zelden mooier beschreven dan hier. Het lijkt contradictorisch, maar sla de laatste bladzijde om, en hij zit voor heel lange tijd onder uw huid. En in uw hart. Gegarandeerd.

De lente komt eraan. Misschien een idee, voor op het terras, in de zon. Het leven kan mooi zijn, met of zonder melancholie.

zondag 18 maart 2007

Zondagochtend

Wat past er beter bij een druilerige zondagmorgen dan Jeff Buckley? Tijd om de man te herontdekken, leek me. Dus heb ik 'm maar opgelegd. De cd, niet de man zelf.

Joepie, een grapje, van Crappo the Clown. Kent u 'm, Crappo?

You always made me feel like I've won first prize, and don't you deserve better than this clown? This Crappo the Clown or whatever he calls himself.
Ik betwijfel of het goedkomt tussen ons. En of het, als het inderdaad zou foutlopen, niet mijn schuld zou zijn. Misschien doe ik te hard mijn best. Eén enkel stom gebaar van een derde, wellicht niet eens slecht bedoeld, en uw blogger slaat aan het dubben.

Het laatste wat ik nu wil, is twijfelen aan mezelf. Niet aan mijn liefde, die is echt, daar ben ik zeker van. Ik kijk uit het raam, zie de regen tegen de ruiten kletteren. Jeff Buckley begint aan zijn Last Goodbye:

This is our last goodbye, I hate to feel the love between us die. [...] Just hear this, and then I'll go: You gave me more to live for, more than you'll ever know.
Ik wil cynisch zijn, niet te veel hoop koesteren, maar mijn cynisme faalt. Hoop is slecht, ze doet (zogezegd) leven. Maar van de top van Mount Hope kan je diep vallen.

This is our last embrace, must I dream and always see your face? Why can't we overcome this wall?

Bij het minste woord aan haar denken, haar gezicht zien: ik ken het. Door het leven stappen met haar naam op je tong: ik ken het. En misschien beeld ik me in dat er een muur staat tussen haar en mij, terwijl die er helemaal niet is. Misschien maak ik het allemaal erger dan het werkelijk is.

En nu zwijg ik. Voor ik het nog erger maak. Op dit eigenste moment verschijnt buiten de zon.

Halfvier

Gedachte om halfvier 's nachts:

Ik dacht dat ik me slechts hoefde om te draaien om aan alles een einde
te maken.

(Albert Camus)

Ernest Hemingway had duidelijk een andere visie. Bij hem werd het zoiets als:

Het was genoeg het hoofd te laten zakken tot je huid en koud metaal elkaar raakten. Het was genoeg de vinger lichtjes te krommen en de ogen te sluiten. Genoeg om aan alles een einde te maken.

Of hoe de nacht existentiële twijfel bij me oproept. Als ik misluk in de liefde, word ik oorlogsjournalist.