(Deel 1)
Ernest Hemingway en ik. Een flauwe glimlach speelt om mijn lippen als ik bedenk hoe het allemaal jaren geleden begon. Toen ik als jonge tiener de jeugdliteratuur ontgroeid bleek en klaar was om een veroveringstocht doorheen de volwassenenliteratuur op te zetten, bleek die verovering toch iets moeilijker te gaan dan ik wel had gedacht. Begin maar eens aan die ellenlange rijen vol dikke, logge ruggen in de bibliotheek. Op goed geluk begon ik dan maar te zoeken, belandde per toeval zelfs even in het rek “Grote Letters”. De boeken die ik naar huis meenam, waren meestal best aardig, maar mijn rusteloze aard had toch iets anders nodig, iets… tja, iets waarvan ik kon genieten zonder aarzelen, onvoorwaardelijk. Ik herinner me de dag dat mijn vader me meetroonde naar het rek met de letter H. Hij keek me aan en zei: “Dit zal je zeker interesseren. Hemingway. Ik denk dat je best begint met zijn kortverhalen. Eens kijken.” Mijn vader haalde een boekje tevoorschijn en stopte het me in de handen. “Mannen Zonder Vrouwen”, een titel even simpel als subliem. Het gevoel in mijn vingertoppen zei me dat ik op het punt stond een heel nieuwe, onvermoede wereld te ontdekken, een nieuw continent, fris en onontgonnen.
Ik ben mijn vader altijd dankbaar gebleven voor dat ene moment. Tot de dag waarop ik sterf, zal ik met liefde terugdenken aan dat moment: mijn vader naast me, het boek in mijn handen, de hoopvolle spanning die zich ergens tussen middenrif en hoofd nestelde. ‘s Avonds, in het licht van het lampje naast mijn bed, las ik over een oude matador, Manuel, die uitgejouwd wordt door de toeschouwers. Die gooien kussens en flessen de arena in, maar ondanks alle tegenkanting zet Manuel door, ook al gutst het bloed intussen uit zijn lichaam. Uiteindelijk slaagt hij erin de stier te doden en wordt afgevoerd naar de infirmería. Ik genoot, hoewel ik toen nog geen idee had van wat er allemaal achter het verhaal schuilgaat. Ik was getroffen door de onrechtvaardige reactie van het publiek, voelde me, vreemd genoeg, verbonden met de oude stierenvechter. Het bewijst “Papa’s” talent dat hij er zo vaak in slaagde de lezer mee te sleuren, het nodige gevoel heel subtiel in hem wakker te maken, een natuurlijk aanvoelen, een begrijpen zonder echt te begrijpen, een begrijpen dat dieper ligt dan datgene wat we met ons verstand kunnen vatten.
woensdag 31 januari 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten