woensdag 31 januari 2007

Madrid, 1936

Ik lig
in een kamer in een stad
ver weg
lig ik op bed,
terwijl de stad
draait en spint
achter gesloten oogleden,
tot in het trommelvlies,
waar ze zich vastzet.

Het raam, geopend,
heeft een blauwe glans.
Niemand die het ziet.
De gordijnen dansen zacht
en stil, op dit uur.
Het uur van waarheid,
als was het dat en
niets meer.

Het ruisen van de stad
houdt op,
elke werveling valt stil,
langzaam,
als het geluid van een druppel die valt,
als een klok die in de verte luidt.

In een kamer in een stad
ligt een man op bed.Wat rest is stilte.

Geen opmerkingen: