Vanuit de stilte
klinkt een piano op.
Verzonnen melodieën
als lichtgewicht tegengewicht
voor de regen.
Buiten, in het matte licht van zondagochtend,
buigen twee populieren zich naar elkaar toe,
verstrengeld,
als geliefden onder een straatlamp in de regen.
Il pleut sur Brest,
Il pleut, sans cesse, sur Brest.
Binnen in de stilte
tikt de piano voort,
op het ritme van een verlegen hartslag,
op het ritme van haar ogen,
haar haren, haar glimlach,
haar stem.
Binnen in de stilte
denk ik aan het meisje van hoogzomer.
Ze had ogen als geen ander,
als een blauwe droom,
verzachtend in de nacht,
lippen als de kersentuin
waar ze liep, in haar
jurkje en bruinverbrande benen,
warm onder de vingertoppen.
De kasseien werden gesproeid,
in wijnrood avondlicht,
winkeliers lieten hun rolluiken ratelend neer,
wisten het zweet van hun voorhoofd.
Binnen in het café
was het druk.
We vonden een tafeltje bij het raam.
Ik herinner me,
de rook van haar sigaret kringelde in haar haar.
Ze lachte.
Alsof er nooit een einde aan zou komen.
Buiten, op de natte kasseien van zondagochtend,
rilt een hond en huilt.
De populieren staan er nog.
Hoogzomer is lang voorbij.
dinsdag 1 mei 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
er wordt veel van buiten naar binnen gelopen, en van binnen terug naar buiten.
hier en daar mooie beelden, maar het lijken wel meerdere gedichten in één.
maar goed: de herfst, het seizoen telt wel meer dan honderd dagen, voor elke dag een woord? neen, voor elke dag een gedicht.
Een reactie posten